Make your own free website on Tripod.com
Dr C. van der Waal
De kosmische betekenis van Pasen

Kosmos betekent zowel wereld als schepping. Kosmische betekenis wil zeggen dat iets betekenis voor de wereld en consequenties voor de schepping, het heelal, heeft. Zó is het met Pasen.
Laten we even op het joodse Pascha letten. Dat was een sacrament om de verlossing uit Egypte te herdenken, het begin van de „grote trek”. Pascha betekent voorbijgang, het voorbijgaan van de doodsengel. Het bloed van het paaslam aan de deurposten heeft de engel van de dood afgeschrikt.
De gang van de engel van de dood langs de huizen was de laatste plaag. Maar er waren andere plagen. De kosmos, de schepping, was in al die plagen betrokken: Nijlwater, kikvorsen, vliegen, hagel, bliksem, duisternis. We kunnen zeggen dat de kosmos zijn donkere kanten liet zien om Israël te bevrijden. Het preludium op Pasen was de betrokkenheid van de kosmos, die meedeed om de Farao te dwingen tot de prijsgave van Israël. Op het joodse Pascha vroegen de kinderen naar deze dingen.
Ná de uittocht zien we weer een betrokkenheid van de schepping, de kosmos, op Israël: het water van de Rode Zee en de Jordaan dat terugwijkt. De 12 palmbomen bij Elim. Het water uit de rots, de kwartels. Er is niet maar een onstoffelijk volk uitgeleid, een verzameling bleke zielen, maar een levend en door de schepping bepaald volk. Bij het Pascha werkt heel het geschapene mee tegen de vijanden van de kerk en vóór het volk Israël.
De kosmos, de creatuur, is immers omwille van de zonde aan de ijdelheid onderworpen. De kosmos is geschapen om de mens, maar is ook met de mens gevallen. De schepping ziet met reikhalzend verlangen uit naar de verlossing van de kerk.
Daarom is het profetie als de kikvorsen en de muggen, de Nijl en de donderstormen meewerken om de tien plagen over Egypte te brengen. De schepping is medewerker van God tot verlossing. Daarom is het ook profetie als er water  uit de rots komt en de wateren voor Israël wijken. De schepping gaat delen in de verlossingsglorie van de kerk (Rom. 8).
We kunnen nog verder gaan.
Dat de schepping betrokken is op de geschiedenis van het verbondsvolk weten we allen. Bij ontrouw aan het verbond kwamen over Israël de plagen zoals over Egypte, omdat een af hoererend Israël zelf tot Egypte was geworden. De schepping werkte mee om Israël te doen sterven. De kosmos keerde zich tegen het afvallige verbondsvolk dat de verlossing tegenstaat.
Aan de andere kant: bij trouw was er bloei en waren er vruchtbare akkers. De verbondsgehoorzaamheid had kosmische betekenis. Zo zingen de psalmen van redding van de macht van de dood.
Deze twee lijnen zien we door geheel de profetie. Zie maar hoe Jeremia en Joël klagen over het dreigen met hongersnood. Verbondsafval had kosmische betekenis: de sprinkhanen maakten hun opwachting.
Lees echter in de profeten ook hoe er een Messiaanse toekomst blinkt en hoe dat in kosmische bewoordingen wordt uitgedrukt. De Messias zal vruchtbaarheid aan mens en dier schenken. Jerusalem zal worden herbouwd. De kosmos staat nu eenmaal ook in verband met de techniek. De stedeling zal bloeien.
Dit wordt doorgaans als oudtestamentisch overboord gezet. Het Nieuwe Verbond is immers geestelijk?
Hier wreekt de platonische invloed zich, hier breekt het natuur/genadeschema door.
Laten we maar eens naar het Nieuwe Testament kijken.
Het eerste optreden van Jezus heeft kosmische trekken: water wordt in wijn veranderd. Een tegenbeeld van de verandering van water in bloed bij de eerste plaag. Let er op dat Johannes 2 zich in de paastijd afspeelt. Op Pasen werd het Hooglied voorgelezen. En juist in die paastijd bezoekt het Lam van God een bruiloft. De latere Roomse kerk duldde in de week voor Pasen geen bruiloft. Jezus verbindt Pasen en bruiloft met een eerste teken dat tegengesteld is aan de eerste exodusplaag. De kosmos wordt betrokken in de verlossing. H2O staat in dienst van de Messiaanse uittocht.
Zo is het bij alle wonderen van Christus. Ze zijn „medisch”, ze grijpen in op het aangetaste, zwakke, kaduke lichaam. Jezus anticipeert op de paasglorie van de opstanding. Lammen gaan lopen, en doden worden levend. Jes. 26 zingt: herleven zullen uw doden, o Israël. Dit wordt nu plastisch voorgesteld. De vlakte van Saron zal bloeien als een roos. De lamme springt als een hert.
En dan komt het kruis.
De kosmische betekenis van het kruis kan niet sterker naar voren komen dan wanneer het land Palestina verduisterd wordt. Hier hebben we te maken met een associatie met de negende plaag over Egypte, wanneer Gods eniggeboren Zoon en Maria's eerstgeboren Kind gaat sterven.
De schepping wordt hier betrokken in dit gebeuren. Dreigend hangt de doem over Jerusalem, dat de profeten doodt. In het jaar 70 ontlaadt zich de donderstorm.
Maar Christus als Paaslam is ook de Eerstgeborene onder vele broeders.
     Hij staat op in de lente.
     Hij staat op als de volle maan van Pasen weer wegzakt.
     Hij staat op als de blinkende Morgenster, voordat de dag aanbreekt.
     Hij staat op in de hof van Jozef van Arimathea.
     Hij staat op en Maria van Magdala denkt dat Hij de hovenier is.
Hij staat op en Openb. 5 laat zien hoe alle creatuur hulde brengt aan het Lam dat kennelijk geslacht is.
Hij staat op om de vrucht van Golgotha te brengen, de verzoening van alles wat in de hemel en op de aarde is. Dat ná Zijn opstanding het morgenrood weer verschijnt is niet toevallig. Het was avond, de avond van Golgotha en de begrafenis, en nu is het morgen - zoals een scheppingsdag. Ja, Pasen is een herscheppingsdag; de kosmische betekenis is overal zichtbaar. Hij draagt een vernieuwd lichaam, ons vlees en bloed is Hij. Hij voert dat nieuwe lichaam mee naar de hemel.
Het hele Nieuwe Testament is geschreven vanuit dit paasbewustzijn. De laatste Adam brengt paradijsherstel. Wij zijn kandidaat-koningen - het is het welbehagen van de Vader ons het koningschap te geven. Brood en wijn - dingen van de kosmos - verzegelen ons de diepingrijpende betekenis van de verlossing, waarin de ganse kosmos deelt. Deze tekenen zijn niet maar symbolen, maar panden, onderpanden, waarmerken van de doorbrekende glorie.
We leven in een eeuw die het toneel laat zien van een kosmos, die tegen zichzelf verdeeld schijnt. Maar vergeet bij dit alles één ding niet. We mogen door deze dingen heen zien. De kosmos staat aan de kant van Jezus Christus en Zijn kerk.
Als de kruitdamp zal zijn opgetrokken, ligt er vóór ons niet een verschroeide aarde, maar een paradise regained, een herwonnen paradijs.
Dit alles helpt en troost ons. Geen vlucht uit de wereld. Geen terugtrekken uit  deze tijd en geschiedenis. Eerder proclamatie in deze tijd en geschiedenis  dat Christus VICTOR is, Overwinnaar over Satan en dood, over alle machten die dreigend voor ons staan.
Het is opmerkelijk dat waar het Kerstfeest de westerse wereld heeft veroverd, in de oosterse wereld (Griekenland, het Nabije Oosten) en in Afrika onder de zwarte bevolking de paastijd zeer populair is. Wat is daarvan de oorzaak?
Allereerst is er natuurlijk de traditie. In de oude kerk was het paasfeest het enige feest. Het kerkelijk  jaar, het annus liturgicus, is een latere uitvinding.
Maar in de tweede plaats: met name in het Oosten en in Afrika staat de tegenstelling leven/dood zó centraal, zó fundamenteel voorop. Vergeet niet dat in de dagen van Paulus de gemiddelde levensduur dertig jaar was en voor een slaaf maar zeventien jaar. Het oude kerklied zegt terecht: midden in het leven zijn wij door de dood omvangen. Hoe kan ik het leven van de toekomende eeuw verkrijgen? Dat was de grote vraag.
En nu, midden in het vergankelijk leven, in een kosmos die schijnbaar naar de ondergang neigt, verschijnt het eu-angelion: Jezus is opgestaan, wat zoekt gij de Levende onder de doden? Filosofen kunnen de hand op de mond leggen, Afrikaanse toverdokters kunnen hun magische attributen afleggen. De sleutel van het leven is gevonden. De uittocht, exodus, is ook een uittocht uit de wereld die midden in de dood ligt. En het Pascha, transitus, is ook een overgang naar een onverwoestbare vrede, een paradijsvrede met kosmisch levensherstel.
Wat geen oor in mythen heeft gehoord. Wat geen oog in tovenarij of techniek heeft gezien, wat in het hart van geen filosoof is opgekomen, dàt heeft God bereid voor wie Hem liefhebben. Brood en wijn en H2O zijn paastekenen van de kosmische betekenis van kruis en opstanding. Paard en ruiter heeft Hij in de zee geworpen. Satan heeft Hij uit de hemel geworpen. De hades, het dodenrijk was Zijn ligplaats, maar Hij heeft de poorten van het dodenrijk ontgrendeld. En onze lichamen èn onze omgeving deelt in Zijn glorie, die reeds in de kerstnacht in de velden van Bethlehem scheen. Jezus verlost niet alleen een ziel, maar ook een lichaam, een kosmos, een heelal.
Ontkenning van Jezus Christus betekent inderdaad kosmische ontreddering. Dàt is de hel.
Geloof in Jezus Christus betekent redding in kosmisch verband. Op Pasen lazen de Joden Genesis 1 voor. Jezus Christus is de laatste Adam. Zijn werk betekent re-creatie, herschepping. Door Hem is alles geschapen. Door het Lam wordt alles herschapen: re-creatie. En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en dat in de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen:
     Aan Hem die op de troon zit,
     en aan het Lam komt toe
     de lof en de eer,
     en de heerlijkheid en de kracht,
     tot in de eeuw der eeuwen.
     Amen.

Dr. C. van der Waal, in
Kerk en Woord 23:5,
mei 1975. 723-726


Het begin van de bouw van de kerkvloer

Vorige malen hebben we gesproken over de schepping uit Efeziërs 1 en Colossenzen 1. We zagen dat in Christus alles geschapen is; Hij is het Hoofd van het heelal. Alles is onder zijn voeten onderworpen. Wij willen dat vasthouden nu we ons wenden tot Genesis 1.
Wij hebben dat expres gedaan. Eerst preken over Efeziërs 1 en Colossenzen 1. Dan over Genesis 1. Want Genesis 1 is al te veel losgemaakt van de rest van de Bijbel en van Christus. Genesis 1 staat niet als een zwerfsteen in de Schrift; dit hoofdstuk is nauw verbonden met wat volgt: val en verlossing. We lezen Genesis 1 als gevallen mensen èn als mensen die kennis dragen van de verlossing in Christus. En zo zien we achteruitlezende in Genesis 1 maar niet „de schepping”, maar méér: God bouwt het raam waarbinnen de heilsgeschiedenis zich zal afwikkelen. De vloer voor de kerk wordt gesticht, het Woord gaat spreken en er komt een aarde, die antwoorden gaat; er is ruimte voor de geschiedenis van Gods volk.
We spreken u over:
Het begin van de bouw van de kerkvloer.
a.     Dit begin wordt beheerst door God.
          b.     Dit begin wordt bepaald door de Geest.
          c.     Dit begin wordt geroepen door het Woord.

a. De Russen hebben (in 1958) voorgesteld het geofysische jaar met een jaar te verlengen. Wij leven in een jaar van spanningen, maar ook van ruimte-onderzoek. De kleine mens gaat op de tenen staan en kijkt als een kleine jongen over de schutting. Een nieuwe ruimte ontsluit zich voor hem. Maar tevens is het zo, dat de kleine jongen, die mens heet, allerminst zich zijn kleinheid bewust wil zijn. Als de Russen gaan onderzoeken zingen ze het lied van de trotse dwaas: er is geen God. En als de Amerikanen onderzoeken gaan, zingen ze het wijsje van het humanisme: de mens is het begin en eind van alle dingen. En als eindelijk de verdunde aftreksels van dit alles onze kinderen op de scholen bereiken, is het òf de zang op de knappe mens die van ruimte tot ruimte springt, òf - wat ook mogelijk is - een existentialistische berusting: niets is zeker, alles is relatief, een ondergang wacht onze planeet.
Zowel de optimistische visie: wat kan de mens veel, als de pessimistische: alles is vergeefs! is een hoon van Jahweh Tsebaooth. Het is ook een vloek van het scheppingsverhaal, een ontkenning van Genesis 1.
Want zowel de pessimistische mens, die de wereldondergang ziet naderen, als hij die ruimte betreedt, en de atomen onderzoekt; èn de optimistische, die `s
mensen macht ziet groeien, zij ontkennen de waarheid van Genesis 1:1. Zij geloven niet in een schepping, maar in een evolutie, een ontwikkeling. Zij zien de wereld niet als een werk Gods, maar als een vrucht van eigen wortel.
We moeten goed beseffen, dat de groei van de huidige beschavingsgeschiedenis beheert wordt door de onafhankelijkheidsgedachte. De mèns is norm, de natuur is zèlf schepper, de mens is God in `t diepst van zijn gedachte. Het is maar niet een enkel lesje over de evolutietheorie, dat onze kinderen verknoeien kan. Het s meer. De onafhankelijkheidsgedachte, die Genesis 1:1 ontkent, de schepping negeert, of hoogstens als memoriepost uittrekt, die onafhankelijkheidsgedachte slaat de mensen los van alle banden, breekt het verbod stuk en vernietigt de afhankelijkheidsgedachte, die weet te spreken van een Schepper, een Bondsgod en Gever van genade.
Wie Genesis 1:1 - In den beginne schiep God hemel en aarde - ontkent, hij graaft het fundament weg van het leven; en zeker de vloer van de kerk.
Want in die eerste bijbelzin ligt toch eigenlijk dit: dat de natuur, de wereld, de schepping van de mens, het geestesleven, de techniek, de kunst, de wetenschap, de sterrenhemelen, de atomen niet beheerst worden door EIGEN wetten, maar door de Here.
Hij beheerst volgens de Schrift het begin en de voortzetting van alles. En wie dat ontkent of in twijfel trekt, hij ondermijnt alle bestaan, alle genade, alle evangelie. Daarom willen wij - niet het minst voor onze kinderen, daar vandaag een grote streep onder zetten: In den beginne schiep GOD hemel en aarde. En alle aanvallen tegen deze zin verwerpen we als valse profetie.
Want wie de eerste dingen niet aanvaart, hoe kan hij de laatste dingen geloven? Als hij niet instemt met het: het geschiedde in de eerste dagen, zegt God, hoe zal hij beamen wat de profeten zeggen: het zal geschieden in de laatste dagen?
Wie de schepping door God op losse schroeven zet, doet dat evenzo met de herschepping. Wie Ada, ziet als een intelligente baviaan, wat zal hij zeggen van Christus, de laatste Adam?
En hoe zal hij Omega, laatste kunnen zeggen tegen God de Vader en Christus, als hij niet tegen het eerste, begin der schepping Gods kan zeggen?
In den beginne schiep God hemel en aarde.
Ik mag weten van genade vandaag. Ik, zondig mensenkind. Ik mag weten dat mijn afkomst niet beheerst is door het noodlot, door het toeval der atomistische verbindingen. Maar ik mag weten, dat de God en Vader van Jezus Christus de wereld planmatig schiep. Hij was de eerste „in den beginne”. En nu kan ik weten: Hij zal zijn werk aan mij voleinden. Hij zal ook de láátste zijn. Hij schiep de eerste hemel en aarde. Dat is vast. Maar zie - Hij schept ook een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Deze woorden zijn getrouw. En geen
helper was bij Hem. Hij schiep, Hij riep in aanzien - legde de vloer voor de kerk. Hoe heerlijk is Zijn Naam over de ganse aarde!
Ik arm mensenkind mag mij rijk weten in dit groot heelal. Geen optimistisch geloof in de macht van de mens, geen pessimistische wanhoopsgedachten voor de toekomst mogen me uit mijn koers laten slaan. Mij tijden zijn in Gods hand. Uit en door en tot Hem zijn alle dingen, is het heelal. Hij is de eerste en de laatste. Van schepping gaat Hij naar herschepping. De heilsgeschiedenis speelt zich niet af op een wankele wereld, maar op Gods wereld. Hij zal zijn werk voleinden als de Alfa en Omega.

b. Nu verder. Het begin van de bouw van de kerkvloer bepaald door de Geest.
Genesis 1:2 bestaat uit 3 elementen: a. Aarde woest en ledig. Dat is ongevormd; b. Duisternis over de afgrond, de oervloed; c. Gods Geest zwevend over de wateren.
Nu moeten we dit alles goed in zijn verband lezen. Er zijn er die vers 1 als een opschrift lezen. Maar dit is niet zo bedoeld. Vers 1 (in den beginne) geeft het begin weer. Vers 2 zegt echter: U moet niet denken, dat de aarde direct kant en klaar geschapen is. Nee, zij is ongevormd geschapen, zij is later eigenlijk pas door God geordend, gestoffeerd. Eerst was de aarde woest en ledig. Later is pas de nadere ordening gekomen.
Nu moeten we dit goed verstaan: `woest en ledig' wijst er niet op, dat de wereld een chaos was. Want een chaos is een ruïne, een plaats waar vroeger kosmos, versiering, orde heerste. Er zijn ook wel mensen, die het zó opvatten: Genesis 1:1 - schepping van alles en nog wat. Dan denken ze er na: de val van de engelen. En dan als gevolg daarvan Genesis 1:2: de aarde woest en ledig. Maar er staat niet: de aarde WERD woest en vormeloos. Maar: wàs. Er is geen sprake van, dat bijvoorbeeld de fossielen er op zouden wijzen, dat er tussen Genesis 1:1 en 2 eerst een volledig geschapen wereld was met dieren enz. En deze tengevolge van de val der engelen te gronde ging. De latere gnostieken uit de oude kerk hebben dat wel beweerd. Zij zeiden: God had de wereld goed geschapen Maar deze ging te gronde door de val der demonen. En nu volgde later in zes dagen eigenlijk een nieuwe schepping. Maar dat doet God niet, maar een boze God, een jodengod. En daarom is die schepping onvolmaakt en boos. Daarom moet die schepping vermeden en gevreesd worden.
Maar deze opvatting is te verwerpen. De aarde was woest en ledig. Dat is geen begrafenistekst. Dat zegt niet: er was al een eerste scheppig kapot door de val der engelen, er was al een chaos.
Nee: de aarde was woest en ledig; dat betekent: God heeft alreeds iets in `t aanzien gebracht. Maar dat geschapene wacht op nadere ontplooiing. De aarde woest en ledig, dat is een annunciatie, het kloppen van het leven dat doorbreken wil.
De wereld was, zo leen we, nog niet gedifferentieerd. Een oerzee overstroomde alles. Duisternis viel er overheen. Land en zee was nog niet gescheiden, evenmin als licht en duisternis. De hemellichamen werden nog niet gezien, de dampkring was nog niet geregeld, er waren geen bomen, vissen, vogels en andere dieren. En bovenal, de kroon der schepping: de mens was nog niet verschenen.
Dàt betekent: „woest en ledig”.
En nu wachtte die duistere, door de oervloed omspoelde aarde op Gods verder scheppen. En zie - dat wachten was niet ijdel, want, lezen we: de Geest van God, Zijn levensadem, zweefde over de wateren. Die Geest, die levenswind, was gaan waaien. Er was een levensvraag. Maar over de aarde vibreerde de adem van Gods Geest. Chaos? Nee, voortgaande schepping. Doodslucht van een verloren schepping? Nee, levensgeest ten leven. Zendt Gij uw Geest uit, zo vernieuwt Gij het gelaat des aardrijk zegt Psalm 104.
Laat ons dit vasthouden, gemeente. De Geest bepaalde het leggen van de wereldvloer, die kerkvloer zou worden, raam van heilsgeschiedenis.
En versta: zo is het nog. De hand des Heren is niet verkort. Die geest waait nog waarheen Hij wil - Veni Creator Spiritus, Kom Schepper-Geest. Openbaring laat ons niet voor niets horen: de Geest en de bruid zeggen: kom! En wij weten dat de Geest des Heren vandaag deze schepping instandhoudt en ook in onze harten het geloof in de herschepping werken wil.
De Geest!
Wij zijn geneigd deze uit te schakelen, evenzeer als we ook weinig rekening houden met de geestelijke boosheden in de lucht.
Maar evenzeer als we de aanval van de duivelen niet mogen verdoezelen, mogen we de kracht des Geestes negeren. In der schepping morgenstond was het de Geest die bevruchtend over de wereld zweefde. Maar tot de avond van deze wereld zal de Geest voortgaan om levenscheppend te werken. Zie - Hij maakt alle dingen nieuw.
En hoe werkt de Geest dan vandaag?
c. Wel, hoe geschiedde de schepping TOEN, in den beginne? Was het niet door het Woord?
God SPRAK: er zij licht en er was licht.
Zo openbaart zich ook Gods Geest. In verbinding met het Woord Gods, dat vlees is geworden in Christus! Geest en Woord mogen we vandaag niet scheiden. Wij vinden ze verenigd op de eerste bladzijde van de Bijbel. De scheppende God legde toen zó de kerkvloer: door Geest en Woord. Door SPREKEN.
En zo weet ik: Hij bouwt ook zó het kerkhuis af, door spreken, door het Woord. Door de prediking.
Laat ons daarom terug zien naar de eerste scheppingsdag! Paulus is het die ons daarin voorgaat. Als hij het over zijn eigen prediking heeft, zegt hij: God die gezgd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen is degene, die in onze harten geschenen heeft om te geven verlichting van de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus. Zo is hij prediker en dienaar om Jezus' wil. De kerk, die vandaag licht krijgt door het Woord (de opening Uwer woorden geeft licht) moet eens erugzien naar de scheppingsdag.Toen ging het evenzo.
De eerste dag lost een probleem op, dat de aanvankelijke schepping opriep. Er was immers duisternis over een woeste - dat is niet verwoeste, maar ongeordende wereld.
En daar licht een van de levensbeginselen zou worden, was de eerste daad Gods het licht te roepen: Er zij licht.
Nu zijn hier verschillende vragen. Allereerst: hoe moeten we dit roepen verstaan? Is dit een spreken Gods tot Zichzelf? Of tot de engelen? Is dit louter beeldspraak?
We moeten het als een realiteit verstaan. Wij roepen een kind en het komt. Hier RIEP God het licht. Hij riep de dingen alsof ze waren. Wij roepen iets dat er is. Maar God riep iets dat er nog niet was. Zo is het roepen te verstaan.
We kunnen ook vragen: in de vierde dag lezen we van zon en maan en sterren. Hoe kan er voordien licht zijn? Maar dergelijke vragen zijn ijdel, als we bedenken dat hier vanuit de wereld die donker was gesproken wordt. De dampkrig, het firmament was er nog niet. De sterren zijn er misschien geweest: een ongeordend heelal. Maar zij waren nog niet zichtbaar, geregeld, in stelsels voor de wereld zichtbaar gemaakt om tot tekenen te zijn.
We moeten er verder op letten, dat we eigenlijk niet moeten zeggen: de eerste dag schiep God het licht. Want er geschiedt meer. God gaat licht en duisternis scheiden. Duisternis veronderstelt licht. Duisternis is ook een geschapen grootheid. Duisternis is een scheppingsgave. Duisternis spreekt niet in de scheppingsmorgen van zonde, zeggen we. Maar de duisternis was de vraag om het licht.
Welnu - God gaat door het Woord een ritme aanbrengen. Niet enkel licht. Niet enkel duisternis. Maar „dag” en „nacht”. „Avond” en „morgen”. De dag wordt hier in semitische zin, lopend van de avond tot de avond gedacht. In dit
ritme zal voortaan de geschiedenis verlopen. Er komen dagen. De tijd is geschapen. Er komt geschiedenis. Een dag des heils. Dagen van Gods gunst.
Dagen. Nachten. Elke dag genoeg aan zijn eigen kwaad. Nachten vol bedreiging. Het verderf dat op de middag verwoest. Dagen die vol waren van bedreiging. De nachten die symbool werden van de vorst der duisternis.
Welnu - wat een troost te weten: de dagen zijn geschapen. De nachten zijn geschapen. Zij zijn gaven van de Here. De dag om te werken. De nacht om te ontspannen, om te rusten van alle vermoeienis, om weer kracht te krijgen, totdat de stralende morgen komt. De dagen zijn dagen des Heren.
Ja - dagen van het Woord. De eerste is gevormd door de Zoon Gods, Jezus Christus. En ik mag het weten: ook de laatste - de jongste dag is van de Zoon Gods - van Jezus Christus. En tussen die twee dagen, de eerste en de laatste, ligt nu mijn leven en de geschiedenis van het heil. Die eerste werd geroepen door het Woord. En die laatste zal ook geroepen worden door Christus, het Woord Gods, de Koning der koningen, de Heer der heren, de Ruiter op het witte paard. En al mijn dagen en nachten zijn nu bepaald door die twee dagen en daarom door het Woord Gods, Jezus Christus.
Het is hetzelfde Woord, het is dezelfde scheppende God, die vandaag de zon op deed gaan, die het licht van het evangelie doet schijnen, èn die op de eerste dag het licht riepen de wereld vormde. Die God verandert niet, maar werkt ook in de herschepping naar de grondstructuur van de schepping. Bij de schepping werd de kerkvloer gelegd door Vader, Zoon en Heilige Geest.
Welnu - de kerk wordt nu ook opgetrokken, gebouwd door de Geest en het Woord, door `s Heren levensadem in Jezus Christus. En al mijn dagen zijn omvat door de eerste en de laatste dag. Indien ik dit vergeet - dan schakel ik mezelf gelijk met „de wereld”, die de schepping ontkent en negeert. Ik leef dan in de dwaze onafhankelijkheidsgedachte. Maar gedenk ik mijn Schepper in de dagen van jongelingschap en ouderdom, dan zeg ik: Gij die de wereld grondvestte en het licht riep, Gij hebt in het verbond mij bij mijn naam geroepen.
Herschepper van mijn leven - in Christus, Gij die de dagen roept alsof ze waren, spreek - en het zal licht om me zijn al de dagen van mijn leven.
En eenmaal ten tijde des avonds zal het altijd licht zijn. Daar loopt alles op uit. Het Nieuw Jerusalem, waar het Lam haar kaars is, waar door de heerlijkheid Gods geen nacht meer is. Daar is de duisternis van de nacht overbodig geworden, omdat het aardse rusten verslonden wordt door de eeuwige rust voor het volk van God. Die laatste dag wordteen eeuwige dag, onbeperkt en ongeremd. Die dag verwachten wij met groot verlangen.
In den beginne was het Woord. En hetzelve was het leven en het licht der mensen. Ik ga dat verstaan.
E ik zie nu nog meer. Dat Woord is vlees geworden en heeft onder mensen gewoond. En Hij doet in het evangelie zijn licht schijnen, Hij herschept het leven. Dat zie ik ook.
Maar ik zie nog meer. In de laatste dag is daar Jezus Christus, het Woord. En in Hem blijft voor de afgebouwde kerk het leven en het licht.